Nieuwe pagina 1
Nieuwe pagina 1
Nieuwe pagina 1 advertentie Vliegend Museum Seppe Brussels Air Museum justairborne.com aerospacefacts.com tigerformation Stampe

Hoogvliegers in de luchtvaart
2017-11-15 / Ton Bakels

Na de spotlights te hebben gericht op toppers uit de Eerste Wereldoorlog: Immelmann, Voss en Von Richthofen, kan Hauptmann Oswald Boelcke niet ontbreken.

Oswald Boelcke (foto 1) werd op 19 mei 1891 geboren als zoon van gymnasiumdocent Max Boelcke in Giebichenstein, het huidige Halle (Saale). Hij groeide op in Dessau. Na zijn eindexamen in 1911 trad hij in dienst van verbindingsbataillon nr. 3 in Koblenz. Hij kreeg daar de rang van vaandrig. Tijdens legermanoeuvres kreeg hij belangstelling voor de luchtvaart. Na het afronden van zijn officiersopleiding ging hij, net als zijn vijf jaar oudere broer Wilhelm, naar de vliegopleiding in Halberstadt


Na het behalen van zijn brevet op 15 augustus 1914 stapte hij over naar de nieuw opgerichte luchtmachtafdeling. Bij deze Feldfliegerabteilung Nr.13, die gelegerd was in La Ferté, maakte hij samen met zijn broer als waarnemer vele frontvluchten in Albatros B.II tweedekkers.

Het bezoek aan zijn eenheid van Leutnant Parschau om de Fokker M.8 ééndekker te demonstreren vervulde hem met enthousiasme. Echter, nadat hij in april 1915 werd overgeplaatst naar Feldfliegerabteilung Nr.62 van Hauptmann Kastner, vloog hij toch weer een Albatros. Het was voor het eerst, dat hij een bewapend toestel vloog. Het was een Albatros C-1 met registratie 162/15. Ondertussen was hij onderscheiden met het IJzeren Kruis eerste klasse. Kort nadat hij deel ging uitmaken van Nr.62, werd zijn afdeling, waar hij Max Immelmann leerde kennen, verplaatst naar Douai in Frankrijk.


Op 4 juli 1915 ervaart Boelcke het zoet van een overwinning in een luchtgevecht. Echter, het is niet écht zijn overwinning, want het cruciale schot werd door zijn waarnemer Wühlisch afgevuurd. In die tijd werden de boordwapens nog niet door de vlieger zelf bediend. Dit gebeuren zorgde er echter wel voor, dat men tot het besef kwam, dat men de toestellen met eigen wapens moest uitrusten om niet afhankelijk van bijvoorbeeld meevliegende waarnemers te zijn. Algauw werd hij uitgekozen om te vliegen met de eerste exemplaren van bewapende eendekker verkenners van het type Fokker E. (foto 2) Echter, er waren er maar weinig beschikbaar en Boelcke, Kastner en Immelmann vlogen er om beurten mee.


Boelcke ontpopte zich als een succesvol jachtvlieger. Op 19 september 1915 boekte hij zijn eerste echte overwinning en na acht overwinningen werd hij, samen met Max Immelmann, op 12 januari 1916 door keizer Wilhelm hoogst persoonlijk onderscheiden met de hoogste Pruisische onderscheiding; de Orde pour la Merité. Beide waren de eersten van de luchtstrijdkrachten, die deze onderscheiding kregen. Boelcke kreeg echter ook een medaille omdat hij op 28 augustus 1915 een Franse jongen had gered, die in een kanaal gevallen was.


In maart 1916 werd hij commandant van Fliegerstaffel Sivry; een groep van zes jachtvliegers. De groep geldt als voorloper van de latere jachteskaders. In die tijd waren Boelcke en Immelmann de absolute heersers in de luchtgevechten. Boelcke's successen als gevechtsvlieger gingen gepaard met inzicht in technische zaken en organisatietalent. Dan, na de dood van Max Immelmann op 18 juni 1916, die sneuvelde bij een luchtgevecht, kreeg hij een vliegverbod. Men was veel te bang dat, als hij ook zou sneuvelen, de kennis, die Boelcke op het gebied van de jachtvliegerij had, verloren zou gaan. Op dat moment had hij al 19 overwinningen op zijn naam staan. En kennis van zaken had Boelcke.

Met name zijn opvattingen over het gebruik van squadrons die uitsluitend bestonden uit éénpersoons gevechtsvliegtuigen trokken in hoge kringen sterk de aandacht. Tot midden 1916 vlogen de meeste eenheden met meerdere typen door elkaar.


Na de dood van Immelmann werd Boelcke voor een inspectiereis naar de Balkan gestuurd, maar werd weer teruggeroepen, toen de door hem voorgestelde reorganisatie van de Duitse luchtmacht werd gerealiseerd. Boelcke, die inmiddels was begonnen met het opleiden van piloten als Von Richthofen, kreeg de opdracht een nieuwe gevechtseenheid te formeren; dat werd Jagdstaffel Nr.2 (Jasta 2). (foto 3: Albatros toestellen van Jasta 2) De piloten, die daarvan deel gingen uitmaken, werden door de inmiddels tot kapitein bevorderde Boelcke getraind in het gevecht van man tegen man. Daarbij hoorde ook het opereren in formaties, waarbij de toestellen heel dicht bij elkaar vlogen. Zijn regels voor het voeren van luchtgevechten, de zogenaamde "Dicta Boelcke" behoorden jarenlang tot de grondprincipes.


De successen bleven niet lang uit. Vanaf begin september tot eind oktober 1916 behaalde hij met z'n eenheid, die vloog met Albatros D.I en D.II toestellen, 20 overwinningen. Dat bracht zijn totaal op 40 zeges; meer dan enig ander jachtvlieger op dat moment had behaald.

Dan gaat het mis op 28 oktober. Midden in een luchtgevecht raakt het onderstel van het vliegtuig van één van zijn kameraden, Leutnant Erwin Boehme, de vleugel van Boelckes Albatros. Boelcke kon zijn toestel niet meer onder controle krijgen en stort neer. Daarbij komt hij om het leven; 25 jaar oud. Hij wordt met militaire eer begraven in Dessau.

Dat Boelcke veel heeft betekend voor de Duitse militaire luchtvaart, moge blijken uit het feit dat, in vele Duitse steden deze luchtheld wordt geëerd met een "BoelckestraBe" of een "Boelckeweg"; zo draagt Taktisches Luftwaffengeschwader 31 in Nörvenich de naam "Boelcke"; en is de kazerne in Koblenz waar Boelcke in 1911 zijn militaire loopbaan begon getooid met zijn naam.

Al direct na het verongelukken van Oswald Boelcke werd Jagdstaffel 2 omgedoopt in "Jagdstaffel Boelcke" en tot slot: nog jarenlang schreef de Duitse kroonprins Wilhelm op de sterfdag van Boelcke een brief met enkele opbeurende woorden aan diens ouders.


<-- Vorige