Nieuwe pagina 1
Nieuwe pagina 1
Nieuwe pagina 1 advertentie Vliegend Museum Seppe Brussels Air Museum justairborne.com aerospacefacts.com tigerformation Stampe

Luchtvaartnieuws vanaf de Nederlandse Antillen
2017-12-10 / Arno Landewers

Nasleep orkaan Irma
Op 10 oktober werd de Prinses Juliana luchthaven op Sint Maarten weer beperkt geopend voor commerciële vluchten. Na de passage van de verwoestende orkaan Irma, op 6 september, kon weliswaar op 8 september het eerste vliegtuig landen (een toestel van de Kustwacht met een detachement politie), en werd in de dagen erna een luchtbrug met hulpgoederen en evacuaties op gang gebracht, maar was ook duidelijk dat zowel luchtverkeersleiding als stationsgebouw voorlopig geen dienst konden doen.

Om de luchthaven weer geschikt te maken voor commercieel verkeer werd een Airport Recovery Team samengesteld, dat nauw samenwerkte met de aanwezige Nederlandse militairen. Een eerste stap was het van de Nederlandse krijgsmacht lenen van apparatuur voor de luchtverkeersleiding. Nederlandse militairen hielpen ook bij de volgende stappen: het repareren van de vliegveldomheining, en het provisorisch gereed maken van vertrek- en aankomst ruimtes (waarbij gebruik werd gemaakt van tenten en tijdelijke gebouwen). Hoewel in enkele gevallen provisorische of ouderwetse oplossingen zijn gevonden (zo moest de Douane controles uitvoeren zonder hulp van computers), moest iedere stap toch zo worden uitgevoerd dat werd voldaan aan de internationale eisen.

De eerste commerciële vlucht die op 10 oktober kon worden ontvangen was een Winair Twin Otter vanaf Saba, de eerste internationale bezoeker was een toestel van Delta Airlines. De vluchten werden ontvangen met een welkomstceremonie, met muziek en dans, en door twee ministers. In totaal landden er op 10 oktober zes commerciële vluchten op Sint Maarten.

In de dagen ervoor was het afbouwen van de luchtbrug begonnen. Per 2 oktober stopte Defensie (Koninkijke Luchtmacht en de Kustwacht) met het uitvoeren van noodhulpvluchten tussen Curaçao en Sint Maarten. Tot 10 oktober werden in opdracht van de Nederlandse regering wel vijf keer per week chartervluchten uitgevoerd tussen Curaçao en Sint Maarten. Deze vluchten waren vooral bedoeld voor hulpverleners en vracht, alleen bij vrije plaatsen konden ook anderen meevliegen. Maar dit betekende niet het volledige einde van de hulpvluchten. Zo voerde op 28 september Spirit Airlines een hulpvlucht uit naar Sint Maarten vanaf Fort Lauderdale, Miami (VS). Gedupeerden mochten gratis gebruik maken van de vlucht, bedoeld om inwoners vanaf Sint Maarten naar het eiland te brengen, en om mensen vanaf het eiland te evacueren. En op 19 oktober landde een Airbus A400 van de Franse luchtmacht met o.a. medische apparatuur en enkele modulaire, tijdelijke woningen aan boord. De Nederlandse regering stuurde zes maal hulpgoederen, die o.a. door de Duitse luchtmacht (met een A400) en een Antonov vrachtvliegtuig werden geleverd. Begin november werd de aanvoer van noodhulp geheel stopgezet.

Uit gegevens van Defensie blijkt dat in totaal 2260 ton aan noodhulp werd afgeleverd, waarvan 550 ton door de lucht. Onder andere Hercules-transporttoestellen van de Nederlandse en Belgische luchtmacht vlogen 35 keer van Curaçao naar Sint Maarten. Op de terugweg namen zij in totaal 1804 evacués mee. McDonnell Douglas KDC-10's en Airbus A400's (in samenwerking met Frankrijk) vlogen acht keer van Nederland naar Curaçao met hulpgoederen.

Met het openstellen van het vliegveld op Sint Maarten voor commercieel verkeer kondigden diverse luchtvaartmaatschappijen aan de vluchten weer op te starten. American Airlines deed dat tot eind oktober tegen gereduceerd tarief. De KLM kondigde aan per 29 oktober de vluchten naar Sint Maarten te hervatten, voorlopig slechts twee keer per week en alleen via Curaçao. Aanvankelijk stonden vier vluchten per week gepland, rechtstreeks vanuit Amsterdam. Maar op 18 oktober werd aangekondigd dat de hervatting werd uitgesteld tot 12 november, volgens de KLM wegens de beperkte capaciteit op Sint Maarten voor het afhandelen van de Airbus A330. Ook TUI Fly Belgium kondigde aan de vluchten, die op 30 oktober zouden starten, uit te stellen tot nadere order. Air France begint in januari met de wekelijkse lijndienst uit Parijs, maar zal rond de Kerstvakantie ook enkele vluchten uitvoeren.

Op 29 september werden twee chartervluchten georganiseerd tussen Curaçao en Sint Eustatius; de eerste vluchten tussen de eilanden sinds de orkaan. En op 10 oktober maakte Winair de eerste commerciële naar Sint Eustatius. Rond half 8 in de ochtend landde het toestel vanuit Sint Maarten, waar die dag dus ook het vliegveld in gebruik was genomen.

Winair-lijndiensten weer op gang
Winair had voor het arriveren van de orkaan Irma op Sint Maarten haar vloot (drie Islanders en vier DHC.6 Twin Ottters) naar St. Vincent geëvacueerd, en gebruikte in de eerste dagen na de orkaan St. Kitts als thuisbasis omdat op Sint Maarten geen brandstof en beveiliging aanwezig was. Bovendien waren de eigen faciliteiten daar ook zwaar beschadigd. In die eerste dagen werden 60 hulp- en evacuatievluchten naar Sint Maarten gemaakt. Begin oktober konden de lijnvluchten tussen Saba, St. Eustatius, St. Barth, Antigua en St. Kitts weer opgestart. Op 4 oktober werd een tijdelijk kantoor geopend in Philipsburg, en op 10 oktober was het een Winair Twin Otter die de eerste commerciële vlucht op Sint Maarten na de orkaan uitvoerde.

Insel Air nieuws
Het in surseance verkerende Insel Air heeft inmiddels één van de aan de grond staande MD-82's in gebruik kunnen nemen, zodat het routenet kan worden uitgebreid. Sinds begin dit jaar werd nog alleen met Fokker 50's alleen tussen Curaçao, Aruba en Bonaire gevlogen.

Op 11 oktober werd een succesvolle acceptatievlucht gemaakt met de MD-82 PJ-MDI, en de volgende dag kon het worden ingezet op dagelijkse vluchten tussen Curaçao en Sint Maarten. Er wordt gestreefd een tweede MD-82 vlieggereed te krijgen. Eén van de Fokker 70's (P4-FKC) is inmiddels afgestoten en overgevlogen naar Nederland.

Plannen om de vluchten tussen Curaçao en Paramaribo (Suriname) te hervatten werden vertraagd. De Surinaamse autoriteiten eisten dat eerst een betalingsregeling met Surinaamse schuldeisers moet worden getroffen, maar onderhandelingen daarover liepen aanvankelijk moeizaam. Inmiddels is wel overeenstemming bereikt en worden de vluchten per 18 december hervat.

Begin november verklaarde Minister Martina van Economische Ontwikkeling dat er nog steeds wordt onderhandeld met Synergy Aerospace, dat Insel Air wil overnemen. De onderhandelingen vinden vooral plaats met de overheid, dat Insel Air een overbruggingskrediet verleende en pandrecht heeft op 51% van de aandelen (de regering is geen eigenaar van deze aandelen, maar kan ze wel verkopen in geval Insel Air verplichtingen niet nakomt).

Verder is er een politiek spel ontbrand tussen de diverse belanghebbenden. De bewindvoerder van Insel Air verklaarde dat er wat hem betreft pas een overname kan plaatsvinden als rekening wordt gehouden met de belangen van de crediteuren. Martina gaf echter eerder aan dat een koper van Insel Air de schulden van het bedrijf niet zal overnemen. En in het internationale vakblad Flight International werd opgetekend dat de eigenaar van Synergy, Germán Efromovich, zou hebben verklaard helemaal niet geïnteresseerd te zijn in Insel Air, omdat "Insel Air bankroet is, het heeft geen waarde, alleen schulden". Minister Martina verklaarde echter nog in gesprek te zijn met Synergy, en het streven is voor het einde van dit jaar duidelijkheid te hebben over een overname.

Aruba Airlines zet Regional Jet in
Op 25 oktober is Aruba Airlines gestart met twee dagelijkse retourvluchten tussen Aruba en Curaçao. Hiervoor werd voor korte tijd een Bombardier CRJ200 Regional Jet gehuurd. Aanvankelijk was het de bedoeling een DHC.8 te huren van Bombardier, maar de afhandeling hiervan kwam niet op tijd rond (waarmee ook de start van de vluchten twee dagen werd uitgesteld).

Op 14 november arriveerde een andere CRJ200, de C-FXLH, die in Aruba Airlines kleuren de voor korte tijd gehuurd machine verving. De C-FXLH wordt gehuurd van Voyageur Airways (inclusief cockpitbemanning), en wordt sindsdien ingezet op vluchten van Aruba naar Curaçao (twee keer per dag) en vier keer per week van Aruba naar Bonaire.

Kustwacht/Marine onderschept drugstransport
Eind oktober 2017 werd in de Caribische Zee door de Marine op spectaculaire wijze een drugstransport onderschept. Een DHC.8 van de Kustwacht had een speedboot gespot, waarop de Zr.Ms. Zeeland, een patrouilleschip van de Marine dat toevallig in de buurt was, werd ingezet. De NHI NH-90 boordhelikopter werd gebruikt om de speedboot tot stoppen te dwingen, waarbij zelfs op de motor moest worden geschoten. Er werd 600 kg aan cocaïne aangetroffen, een deel van de landing was al in zee gedumpt.

XCOR failliet
Begin november is in de Verenigde Staten ruimtevaartbedrijf XCOR failliet verklaard. XCOR ontwikkelde het Lynx ruimtevliegtuig, waarmee vanaf luchthaven Hato op Curaçao commerciële ruimtevluchten zouden worden uitgevoerd. Curaçao Airport Holding (CAH), de exploitant van Hato, verklaarde dat het aan de regering is om te besluiten door te gaan met de ontwikkeling van Hato als lanceerbasis voor commerciële ruimtevluchten. Er is inmiddels een concept ruimtewetgeving opgesteld, en Curaçao loopt daarmee voor op andere landen. CAH heeft in 2008 350000 US Dollar in het project geïnvesteerd.

In 2008 werden de plannen voor de Space Experience Curaçao (SXC), zoals het project werd genoemd, wereldkundig gemaakt. CAH verleende steun aan het initiatief van onder meer Harry van Hulten, Michiel Mol en Ben Droste (voormalig opperbevelhebber van de Koninklijke Luchtmacht). Vanaf Hato zouden met een raketvliegtuig, de XCOR Lynx, commerciële paraboolvluchten worden uitgevoerd tot een hoogte van 100 km, waarbij de buitenste lagen van de atmosfeer worden bereikt. Het vliegtuig komt daarbij in een zogenaamde sub-orbitale parabolische baan, waarbij ongeveer een half uur gewichtloosheid optreedt.

Aanvankelijk was het de bedoeling dat SXC een XCOR Lynx zou huren, maar vanaf 2014 participeerde SXC (onder de naam Space Expedition Corporation) ook in XCOR, en trad Michiel Mol toe tot de raad van bestuur van XCOR. De ontwikkeling van de Lynx vorderde langzaam, maar moest, ondanks eerdere steun van NASA en particuliere investeerders, vorig jaar al op een lager pitje worden gezet. Inmiddels was een prototype in aanbouw, en waren diverse tests met een in een Lynx basisconstructie ingebouwde raketmotor gehouden.

Het optreden van SXC viel op door de immer overoptimistische aankondigingen over de vorderingen van het project (bij de eerste aankondigingen en 2008 werd gesteld dat de vluchten vanaf Hato in 2014 zouden beginnen, terwijl de Lynx nog slechts op de tekentafel bestond), en het voeren van een effectieve (en soms agressieve) lobby rond het opzetten van een regelgeving structuur rond de vluchten vanaf Curaçao, die uiteindelijk resulteerde in de conceptwet.

Divi Divi Twin Otters nog niet operationeel
Hoewel de Curaçaose luchtvaartmaatschappij Divi Divi inmiddels beide de Havilland Canada DHC-6 Twin Otters in ontvangst heeft genomen, wordt nog gewacht op toestemming om de machines in te zetten op de lijnvluchten tussen Curaçao, Aruba en Bonaire. De eerste machine (C-GLAI) kwam, in Divi Divi kleuren, in november aan op Curaçao. Op 19 november werd het toestel ingeschreven als PJ-DVD. Begin december werd de tweede Twin Otter geleverd (C-GFON, wordt PJ-DVE). Er wordt verwacht dat de machines nog deze maand ingezet kunnen worden.


foto: Tastbaar resultaat van XCOR: model van de Lynx dat sinds 2011 in Nederland is, en tegenwoordig bij het Nationaal Militair Museum in Soesterberg staat (foto: Arno Landewers)



<-- Vorige