Nieuwe pagina 1
Nieuwe pagina 1
Nieuwe pagina 1 advertentie Vliegend Museum Seppe Brussels Air Museum justairborne.com aerospacefacts.com tigerformation Stampe

LuchtvaartKennis: Vliegterreinen rond Den Haag
2002-04-01 / Nico Geldof

Na afloop van de Eerste Wereldoorlog hadden diverse vooruitstrevende gemeentebesturen in ons land grootse plannen tot aanleg van vliegterreinen en - in enkele gevallen - van goed geoutilleerde luchthavens. Op die manier werd gepoogd direct deel te kunnen nemen aan de verwachte groei en bloei van de commerciële luchtvaart. Zo wist Amsterdam met succes het militaire vliegpark Schiphol te bestemmen voor medegebruik van civiele vliegtuigen. Dit zou enige jaren later leiden tot de oprichting van de N.V. Luchthaven Schiphol. Rotterdam kon natuurlijk niet achterblijven en startte met de aanleg van een luchthaven aan de Waalhaven, die op 18 maart 1921 voor de burgerluchtvaart werd geopend.

Ofschoon het Haagse gemeentebestuur - voor zover bekend - geen vliegveld binnen haar grenzen ambieerde, ontstonden niettemin ongeveer tezelfdertijd twee vliegterreinen binnen de Haagse regio. Dit waren Ockenburgh en Maaldrift, gesitueerd op het grondgebied van respectievelijk Loosduinen en Wassenaar. In hoeverre het initiatief tot aanleg van deze vliegterreinen voor rekening van deze gemeentebesturen moet worden toegeschreven, is moeilijk na te gaan. In ieder geval hebben zij wel hun volle medewerking bij de totstandkoming van deze velden verleend.

Ockenburgh
De aanleg van Ockenburgh, gelegen op het Loosduinse landgoed van die naam, is nogal met horten en stoten gepaard gegaan. De oorspronkelijke aannemer moest al vrij spoedig - waarschijnlijk om financiële redenen - alle werkzaamheden staken. Gelukkig werd direct een andere bouwonderneming bereid gevonden de verdere aanleg op zich te nemen. Het gemeentebestuur hield echter vast aan een eerder overeengekomen afspraak met de vorige aannemer, dat circa 17 hectaren van het ter beschikking gestelde terrein voor een bedrag van ƒ 200.000,- zou worden overgenomen. Vervolgens werd de woningbouw-vereniging 'Patrimonium' vergunning verleend hierop een complex woningen neer te zetten. De gemeente stelde zich garant alle kosten ter verlaging van de strandweg naar het nieuwe vliegterrein op zich te nemen.

Het nieuwe vliegterrein, aangeduid als 'Ockenburg' (ook genoemd als Ockenburgh) kwam, inclusief de geplande doortrekking van de Laan van Meerdervoort, in de nazomer van 1919 gereed. Hangaars en diverse grondfaciliteiten ontbraken nog. Onduidelijk is ook hoe de verdere exploitatie van het nieuwe terrein was geregeld.

Op 26 september 1919 vond de officiële opening plaats met een driedaags nationaal en internationaal vliegfestijn. Tot de buitenlandse bezoekers behoorden tenminste één Ansaldo SVA.5 jachtvliegtuig en twee Avro 504K schoolvliegtuigen. De in juli van dat jaar opgerichte N.V. Nederlandsche Vliegtuigenfabriek in Amsterdam was present met twee Fokker-vliegtuigen. Dit waren een knalrood geschilderde D.VII jachtvliegtuig, dat al eerder op de ELTA was gepresenteerd, een tweezits militair vliegtuig, waarschijnlijk één der eerste C.I verkenner prototypen. De Avro's, geregistreerd als G-EAID (ex K-173) en G-EAIJ (ex H2597), droegen ter weerszijden van de romp de fabrieksnaam AVRO in groot formaat letters. Zij werden afwisselend gevlogen door de heren Shanks, Hinchcliffe en ene Captain Smith. Fokker-vlieger A. Parge demonstreerde de D.VII, die geen registratie of militair vliegtuignummer voerde. De Fokker tweezitter werd volgens het toenmalige krantenbericht gevlogen door Sido. De Italiaanse vlieger Ferrarin zorgde met zijn Ansaldo voor het nodige spektakel en vergastte het toe gestroomde publiek gedurende alle drie vliegdagen op gedurfde staaltjes van luchtacrobatiek.

Zaterdagmiddag was de publieke belangstelling met name uit Den Haag zo groot, dat de menigte slechts met grote moeite op afstand van het vlieggebeuren kon worden gehouden. Hetzelfde gold voor de zondag, toen de Loosduinse weg door files, onder meer veroorzaakt door de sloom rijdende stoomtram naar het Westland, volkomen verstopt raakte.

Op beide laatste middagen was de publieke belangstelling vooral gericht op de koene parachutesprongen van ene Huizings, die zich daarbij uit de Fokker-tweezitter liet vallen. Zaterdag werd de rode Fokker gevlogen door de toen al vermaarde luitenant Versteegh uit Soesterberg. Zondagmiddag werd hij vervangen door de sergeant Van der Drift. Die moest wegens motorpanne al snel op het terrein landen. Daarbij sloeg hij, tot schrik van de duizenden omstanders, met zijn Fokker over de kop. Met zonder enige moeite kon hij uit zijn ongemakkelijke positie worden bevrijd en bleek gelukkig niets ernstigs te mankeren.

Na afloop van deze drie publieksdagen werd het vliegfeest de daaropvolgende maandag nog met één dag verlengd. Het betrof hier een 'weldadigheidsvliegdag' die georganiseerd was ten gerieve van het Sanatoriumfonds der Onderofficierenvereniging 'Ons Belang'. Entreegelden en andere baten kwamen ten goede van dit fonds. Drie Britse vliegers, de heren Brown, Hinchcliffe en Shanks, voerden met hun Avro's passagiersvluchten uit. Ter verhoging van de feestvreugde verschenen ook nog vijf Spijkers uit Soesterberg boven het terrein die hun kunsten in het formatievliegen vertoonden.

Hoewel het uitvoerend comité achteraf verklaarde dat het Ockenburgterrein zich uitstekend leende voor de luchtvaart, wees de praktijk anders uit. De ongelukkig gekozen ligging van het terrein in combinatie met de slechte toegankelijkheid zijn ongetwijfeld de voornaamste oorzaken geweest, dat Ockenburg als civiel vliegveld alle levensvatbaarheid miste. Het bleef in ieder geval op dit Loosduinse veld in de daaropvolgende jaren verdacht stil. Pas in oktober 1939 werd het 'ontdekt' door de ML, toen het Luchtvaartbedrijf (LVB) van Soesterberg in de buurt van het vliegpark Ypenburg extra assemblagevoorzieningen voor de juist geïmporteerde Douglas 8A-3N gevechtsvliegtuigen zocht. Het terrein is toen circa een maand voor dit doel als hulpvliegveld in gebruik geweest. Na afloop van de werkzaamheden vertrok het LVB-detachement weer snel Soesterberg waards. Vlak voor de Duitse inval in ons land werden enkele op Soesterberg in depot gehouden militaire vliegtuigen naar Ockenburg overgevlogen. Wat daarna verder tijdens de meidagen zich op dit hulpvliegveld afspeelde, mag als bekend worden verondersteld.

Maaldrift
Even ten noorden van Wassenaar ontstond in 1919 het vliegterrein Maaldrift. De aanleg van dit veld heeft alles te maken gehad met de oprichting van de KLM op 7 oktober van dat jaar. Volgens M.L.J. Dierikx was Maaldrift toen een bestaand terrein, waarop Plesman een vliegschool wilde vestigen. Nog diezelfde oktobermaand werd daartoe met Avro een principe akkoord afgesloten. De ongeveer tezelfdertijd overeengekomen samenwerking met de Britse Air Transport & Travel had tot gevolg, dat bijna automatisch Maaldrift als KLM-thuishaven zou fungeren voor de geprojecteerde luchtverbinding met Engeland. De KLM investeerde een bedrag van ƒ 4.000,- om het terrein in gereedheid te brengen voor de ontvangst van de Airco DH.9B vliegtuigen, waarmee de dienst op Croydon zou worden onderhouden. De vliegschool kwam niet van de grond. Wel verrees in 1920 een houten hangaar op het terrein, waarop de letters 'K.L.M' in grootformaat verschenen.

Maaldrift werd zo goed als zeker voor de uitvoering van proefvluchten gebruikt, die voorafgingen aan de eigenlijke geregelde verbinding. Uit het nog bewaarde vliegboek van de A.T. & T.-vlieger Shaw blijkt namelijk, dat hij op 8 mei 1920 vanaf Maaldrift een vlucht naar Engeland maakte. Hij vloog bij die gelegenheid de Airco met registratie G-EAQN, waarmee hij via een tussenlanding te Lympne de volgende dag op Croydon landde.

Zoals bekend vond de officiële openingsvlucht van de dienst op 17 mei 1920 niet vanaf Maaldrift, maar vanaf Schiphol plaats. Oorzaak van deze besluitwijziging van Plesman was een hem aangeboden lucratief PTT-contract waarin zowel Amsterdam/Schiphol als Rotterdam/Waalhaven als transfervliegveld voor luchtpost werden opgeëist. Vanzelfsprekend was het Amsterdamse gemeentebestuur bijzonder verheugd dat Schiphol nu als thuishaven van de KLM voor het internationale luchtverkeer vanuit en naar Nederland in gebruik werd genomen.

Gedurende 1920 bleef Maaldrift nog als vliegterrein beschikbaar. Het waren nu vooral militaire vliegtuigen, die voor bijzondere gelegenheden op het veld neerstreken. Zo arriveerde op 15 juli van dat jaar een complete Spijker-vloot uit 'De Kooy', die de speciale Marinedag in de Residentie moest helpen opluisteren. Op 15 augustus 1920 organiseerde de KLM vanaf het terrein pleziervluchten, waarbij bezoekers uit de Leidse en Haagse regio gelegenheid kregen hun woonomgeving vanuit de lucht te bewonderen. Ook bij militaire overlandvluchten werd Maaldrift wel eens gebruikt. Van een daadwerkelijke exploitatie als vliegterrein was evenwel geen sprake. Net als Ockenburg werd ook Maaldrift in de officiële Berichten aan luchtvarenden, zoals sedert 1921 door het Ministerie van Waterstaat gepubliceerd, niet als hulpvliegveld of noodlandingsterrein vermeld.

Pas in 1933 kwam aan de tot nog toe onopvallende status van het veld een opmerkelijke verandering ten goede. Deze vond zijn oorzaak in een initiatief van de begin juni 1932 opgerichte Haagsche Zweefvliegclub, die een geschikt oefenterrein in de onmiddellijke omgeving van de Residentie zocht. Daarbij viel al gauw het oog op Maaldrift, dat als mooi afgebakend terrein gemakkelijk bereikbaar was en bovendien geen belemmeringen voor de uitoefening van de zweefvliegsport opleverde. Ter bevordering van o.m. een financieel zo gezond mogelijke exploitatie van de beschikbare zweefvliegtuigen en het oefenterrein ontstond al gauw in samenwerking met de Leidsche Zweefvliegclub het Zweefvliegfonds Den Haag - Leiden.

Op 11 februari 1933 vond de feestelijke opening plaats van het nu geheten 'Zweefvliegveld Maaldrift'. Het gemeenschappelijk oefenterrein van beide clubs werd daarna volop door de zweefvliegers benut.

Aangaande de activiteiten in de late jaren dertig is helaas zo goed als niets bekend. Inmiddels was een deel van het areaal in gebruik genomen ten behoeve van de Dienst Verificatie van 's Rijks Zee-instrumenten. Deze instantie ontving later ook luchtvaartinstrumenten onder haar hoede voor wat betreft het vereiste onderhoud en ijking/ kwaliteitsbewaking.

Vanaf november 1939 verscheen ook het Luchtvaartbedrijf van de Militaire Luchtvaart op het terrein. Onder meer werden reserve vliegtuigmotoren en bewapeningsonderdelen, bestemd voor de ML-vliegtuigen, in de aanwezige magazijnen opgeslagen.

Ypenburg
Zowel Ockenburg als Maaldrift hebben Den Haag geen bruikbaar vliegterrein voor de commerciële alsmede de sportluchtvaart opgeleverd. Het duurde tot 29 augustus 1936 toen het binnen de gemeente Rijswijk gelegen vliegterrein Ypenburg als zodanig in gebruik werd genomen. Zoals bekend ontwikkelde dit vliegveld zich reeds voor de oorlog tot een belangrijk centrum voor de sportluchtvaart en werd het tevens vliegpark ten behoeve van de ML.

Na 1945 streken de Luchtstrijdkrachten, resp. de Nederlandse luchtmacht op het toen totaal verwoeste Ypenburg neer. De Rijks Luchtvaart School vestigde zich er en kwamen ook diverse luchtvaarttechnische bedrijven al snel tot grote bloei. In september 1955 volgde de ingebruik-name als luchtmachtbasis. Thans is Ypenburg een uitgebreide VINEX woonlocatie met aanliggend bedrijventerrein geworden. Als enig centrum voor de zweefvliegsport en lichte motorsportluchtvaart in de Haagse regio is heden ten dage nog het Marinevliegkamp Valkenburg[1] in gebruik. De voorgenomen sluiting van dit vliegkamp zal zonder meer een ernstig verlies voor de sportieve luchtvaart rondom Den Haag betekenen.

Bronnen
- 'Aviodome', collectie krantenknipsels 04-09-1919, 22-09-1919;
- IMH/Den Haag, collectie Verificatie 's Rijks Zeeinstrumenten;
- 'Het vliegfeest op Ockenburg', 'De Auto' jrg. 1919 blz. 1036 -1037;
- 'Haagsche Courant', editie 04-06-1994, blz. B.3;
- A.M.C.M. Bouwens/M.L.J. Dierikx, 'Op de drempel van de lucht - Tachtig jaar Schiphol', Den Haag (1996) blz. 54;
- M.L.J. Dierikx 'Blauw in de lucht - De Koninklijke Luchtvaart Maatschappij 1919 - 1999', Den Haag (1999), blz. 22.

Noten
[1] Sinds juni 2006 gesloten.

Aanvulling door Jan Evert Leeuw
Duindigt

Op 7, 8 en 9 augustus 1920 werden ook vliegdemonstraties gehouden op het sportterrein 'Duindigt'. Ze werden gegeven door twee Duitse vliegers van de ILVO vlak voor dat deze failliet ging en hoewel het geen permanente inrichting was is het toch als tijdelijk vliegterrein gebruikt. Het is opmerkelijk dat deze demonstraties niet gehouden werden op hierboven beschreven terreinen, alhoewel de ILVO wel vaker een alternatief demonstratieterrein uitkoos terwijl er in de nabijheid andere vliegterreinen waren.

Omdat verder (nog) niet veel over het tijdelijk vliegbereik te melden is hierbij de recensies uit de Haagsche Courant en het Deventer Dagblad.

- De Haagse Courant, dinsdag 10 augustus 1920.
"Jl. Zaterdagmiddag was 't de eerste dag van de vliegdemonstraties op Duindigt. 't Triestige weer van den morgen had plaats gemaakt voor een stovend zonnetje, zoodat 't binnen de paddock en op den tweeden rang van het sportterrein reeds aardig druk was. De kantleden waren natuurlijk 't talrijkst. Om 3 _ uur had de eerste vliegtocht plaats voor passagiers, waarbij eenige duizenden strooibiljetten werden meegenomen, die weldra over Den Haag en Scheveningen fladderden.
Na eenige passagiersvluchten, welke geregeld door den vlieger Stinhaus werden bestuurd, vertoonde Eck, met zijn driedekkertje keurige looping the loops, zwenkingen, feuilles mortes enz., welke verrichtingen hem een krachtig applaus bezorgden.
De twee passagiersvliegtuigen zijn een D.F.W. - machine en een Halberstadter. Op den eersten dag hadden een 8-tal passagiersvluchten plaats, waarbij geregeld twee passagiers medegingen.
Den tweeden dag, Zondag, was 't nog drukker. Ook nu was er veel animo voor 't 'passagieren'. Ongeveer een kleine 40 vluchten werden ondernomen en waarneer men 't gemoedelijke instijgen aanschouwt, de machine kalm ziet rijzen, als een vogel ziet voortzweven, even kalm daarna weer dalen, dan verwondert 't ons niet dat menigeen zich lat verleiden 'eens mee te gaan'.
Behalve deze vluchten werd een luchtgevecht tusschen een tweedekker en een driedekken ten aanschouwe gegeven, vertoonde Eck zijn loopings enz., tot eindelijk precies zes uur Eck opsteeg met een andere vliegenier en den parachutist Fehrenbach.
Na eenige zweeftochten over het terrein, werd vlak boven het middenterrein op 500 M. hoogte eerst de parachute en daarna 'het aanhangsel' overboord gezet. Het valscherm ontplooide zich direct en het scheen of de parachute werkelijk op het sportterrein zou terecht komen. Toch dreef het witte doek iets meer af, zoodat het juist in de bomen van 't bosch van den heer Jochems terecht kwam.
De heer Fehrenbach had de tegenwoordigheid van geest de armen gekruist voor het aangezicht te houden, waardoor de takken hem geen letsel bezorgden. Ook de parachute bleef onbeschadigd. Uit den boom geklauterd, werd hij op de schouders van 't enthousiasme publiek naar 't startpunt gebracht, waar hem een warme ovatie werd gebracht. Tijdens de daling cirkelden de beide vliegtuigen om de parachute, hetgeen een aardigen aanblik opleverde.
Hiermede was 't program voor den dag afgeloopen. ware 't hierbij gebleven. Reeds werd 't terrein ontruimd, toen de vliegenier Stinhaus voor 't laatst nog even een vlucht zou maken met twee jeugdige passagiers, een jongmensch en een jongedame. Na in een boog over de baan der 'electrische' te zijn gevlogen, schijnt de vliegenier door een motordefect gedwongen te zijn geworden een noodlanding te maken op de weide vlak naast de Marechaussee-kazerne, aan den Wassenaarschen weg, met 't noodlottige gevolg, dat de machine over den kop vloog. Deze ongelukkige vlucht liep nog betrekkelijk goed af, daar de inzittenden slechts licht gewond werden. De machine is echter totaal vernield. Den gewonden werd in de Marechausseekazerne de eerste hulp verleend; tot de weide, waar de machine lag, werd niemand toegelaten."

- De Haagse Courant, dinsdag 10 augustus 1920.
"De belangstelling voor de vliegdemonstraties op Duindigt was hedenmiddag in tegenstelling tot de vorige dagen, slechts matig. Er namen slechts twee toestellen aan deel. Daar de burgermeester den parachute-sprong verboden had, zijn in plaats daarvan door den heer Fehrenbach ene aantal demonstraties van luchtvaart-acrobatiek gegeven."

- Het Deventer Dagblad van dinsdag 10 augustus 1920 meldt nog het volgende, waaruit we kunnen afleiden dat het toestel dat kraakte de Halberstadt geweest moet zijn. Een tweetal passage's:
"Gistermiddag en -avond was het weer geronk van vliegtuigen-motoren boven de stad." en "Omstreeks negen uur 's avonds daalden hier Eck, met een driedekker, en Stinhaus, met een D.F.W. -toestel; beiden kwamen van Den Haag."


Dit artikel is eerder gepubliceerd in LuchtvaartKennis, het tijdschrift van de Afdeling Luchtvaartkennis van de KNVvL. Voor meer informatie over de Afdeling Luchtvaartkennis, zie onderstaande links.

Voor meer informatie zie:
http://www.luchtvaartkennis.net
http://www.knvvl.nl


<-- Vorige