Nieuwe pagina 1
Nieuwe pagina 1
Nieuwe pagina 1 advertentie Vliegend Museum Seppe Brussels Air Museum justairborne.com aerospacefacts.com tigerformation Stampe

LuchtvaartKennis: De Fokker C.V in Bolivia
2003-01-01 / Theo Wesselink

Hoewel er al omstreeks het einde van de Eerste Wereldoorlog sprake was van militaire vliegerij in Bolivia, duurde het tot augustus 1924 dat er een georganiseerde legerluchtmacht werd opgericht. Deze stond oorspronkelijk bekend als Cuerpo de Aviadores Militares Bolivianos, maar werd al snel omgedoopt tot Cuerpo de Aviación. Tijdens dit proces werd tevens een al in 1915 opgerichte Escuela de Aviación in de Cuerpo geabsorbeerd, die was gevestigd te Alto La Paz. Het vliegterrein Alto La Paz, dat was gekozen omdat het dicht bij de hoofdstad La Paz lag, was alles behalve een ideaal trainingsveld: het bevond zich op een hoogte van ruim 4100 m - nog eens 500 m hoger dan de hoofdstad. Die grote hoogte stelde bijzondere eisen aan zowel de gebruikte vliegtuigen als aan de vliegers en meer dan een dozijn leerling-vliegers kwamen in die beginperiode dan ook om het leven bij ongevallen die direct verband hielden met vliegen op grote hoogte. Niettemin bleef Alto La Paz in gebruik als Bolivia's enige trainingsveld totdat eind twintiger jaren de vliegvelden Cochabamba en Villa Montes in gebruik werden genomen. De ongeveer 40 verouderde vliegtuigen die de Cuerpo ten tijde van haar oprichting in gebruik had waren al geruime tijd aan vervanging toe, maar de aanschaf van nieuwe vliegtuigen was nogal moeilijk. Enerzijds werd dit veroorzaakt door geldgebrek van de Boliviaanse regering, anderzijds door de al genoemde bijzondere eisen die moesten worden gesteld aan vliegtuigen voor gebruik op grote hoogte. Niettemin werd in 1925 in Frankrijk een klein aantal Morane Saulnier MS.39 en Caudron C.97 lesvliegtuigen besteld voor de Grupo Escuela, evenals zes Breguet 19A2 verkenningsvliegtuigen voor de Grupo de Guerra.

Boliviaanse Fokker C.V's
Ter uitbreiding van de Grupo de Guerra werden in 1925 bij Fokker tegelijkertijd vijf C.Vc's besteld, voorzien van 600 pk Hispano Suiza motoren. De toestellen zouden worden ingezet als lichte bommenwerper en verkenner. De vijf C.Vc's kregen de registraties 'l', '2', 'Sgto. Max Peredes', 'Bolivia' en 'Mariscal Sucre'. Het kostte heel wat hoofdbrekens om de C.V's operationeel te krijgen, zoals u kunt lezen in het artikel van Frits Gerdessen 'Emil Meinecke in Bolivia' in ‘Luchtvaart' van december 1987. De C.V's en de Breguet 19's waren de eerste oorlogsvliegtuigen van de Cuerpo. In 1927 werden deze toestellen aangevuld met vier Curtiss Hawk IA jagers en twintig Curtiss Wright Osprey lichte verkenners, in 1928 gevolgd door drie Vickers Vendace III lesvliegtuigen, zes Vespa III bommenwerpers en in 1929 door zes Vickers 143 Bolivian Scout jachtvliegtuigen. Op 6 september 1928 maakten majoor A. Santalla en kapitein L. Luizage met de C.V 'Bolivia' tussen de bedrijven door een vlucht van La Paz naar Rio de Janeiro in Brazilië, waarbij de C.V echter verloren ging.

Oorlog met Paraguay om de Gran Chaco
Tussen 20 en 29 graden zuiderbreedte strekt zich op het Zuid-Amerikaanse continent een enorm tropisch jungle- en moerasgebied uit dat bekend staat als de Gran Chaco. Het gebied, met een oppervlakte van een kleine 800.000 km2, is vandaag de dag nog nauwelijks in kaart gebracht. Een deel ervan, de Chaco Boreal, was eind jaren twintig/begin jaren dertig het toneel van een constante strijd tussen Bolivia en Paraguay. De grens tussen beide landen liep dwars door de Chaco, maar was slecht afgesproken en beide landen betwistten elkaar het recht op het gebied. Boliviaanse troepen waren de Chaco Boreal sinds 1926 regelmatig binnengetrokken. Nadat besprekingen om het dispuut op te lossen in 1927 waren afgebroken, nam een Boliviaanse C.V in 1928 deel aan een bombardementsaanval op Bahia Negra in Paraguay tijdens één van de kleine militaire acties die over en weer regelmatig plaatsvonden. Op 5 december 1928 gingen de Paraguayanen tot een grote aanval over in de buurt van Fortin Galpon. Een 'fortin' is een kleine militaire post die hoofdzakelijk bestond uit een aantal hutten, omgeven door een loopgraaf.

De fortins moesten de grens tussen beide landen bewaken. Na de Paraguayaanse aanval sloegen de Bolivianen terug en bezetten de Paraguayaanse fortins te Boquerón en Mariscal Lopez. De Grupo de Guerra had bij deze acties tevens haar eerste operationele missie gevlogen door een aanval uit te voeren op het Paraguayaanse dorp Bahia Negra. De aanval viel echter niet direct op door het behaalde succes: de afgeworpen bommen kwamen niet tot ontploffing, terwijl er een C.V werd neergeschoten door vuur vanaf de grond. De beide bemanningsleden, de luitenants Lozada en Manchego, werden vervolgens gevangen genomen. Een nieuw verdrag, dat werd ondertekend op 5 januari 1929, bracht tijdelijk vrede in het gebied en de Bolivianen trokken zich terug op hun eigen grondgebied. De Paraguayaanse luchtmacht, de Fuerzas Aéreas del Ejército Nacional Paraguayo, was opgericht in 1927 met het hoofdkwartier en een vliegschool op het vliegveld Campo Grande nabij de hoofdstad Asunción. Het organiseren van de luchtmacht werd ter hand genomen door een Italiaanse militaire missie die in 1926 in Paraguay was aangekomen. Niettemin waren de eerste vliegtuigen van Franse makelij: een Morane Saulnier M.S.139, een M.S.35 en drie Hanriot H.D.32 lesvliegtuigen voor de beginopleiding. De eerste operationele vliegtuigen waren zes Potez 25A2 verkenningsbommenwerpers, die arriveerden op het moment dat de verhoudingen met Bolivia verslechterden over de Gran Chaco-kwestie.

In 1929 arriveerden bovendien nog eens zeven Franse Wibault 73C.1 jagers. Na de ondertekening van het vredesverdrag was de Boliviaanse Cuerpo de Aviación echter luchtverkenningen van het betwiste gebied begonnen, waaruit bleek dat de Paraguayanen de bouw van fortins en vliegstrips in het Boliviaanse deel van de Chaco waren begonnen ter voorbereiding op een hernieuwing van de gevechten. De aanleiding hiertoe was de ontdekking van olie in de Chaco.

Een bloedig conflict
De Bolivianen besloten echter de tegenpartij een stap voor te zijn en gingen eind juli 1932 in de aanval. Vlak voor de aanval werd het overgrote deel van de vloot van de nationale luchtvaartmaatschappij Lloyd Aéreo Boliviano gevorderd voor transportdoeleinden.

Door de Boliviaanse aanval ontaardden de schermutselingen in een regelrechte oorlog die drie jaar zou duren en het bloedigste conflict werd dat Zuid-Amerika tot dat moment had gekend. De Boliviaanse aanval was een volledige verrassing voor de Paraguayanen en in de volgende twee maanden werden alle Paraguayaanse bases op Boliviaans grondgebied veroverd. Het Cuerpo de Aviación, dat kon beschikken over 60 tot 80 vliegtuigen, had in deze periode de volledige heerschappij in de lucht en bestookte de Paraguayanen, die op dat moment over minder dan 25 vliegtuigen beschikten, met bommen en mitrailleurvuur, vloog verkenningsmissies en dropte munitie en andere voorraden ten behoeve van de grondtroepen. Niettemin gingen er in de eerste weken van het offensief twee C.V's, een Vespa III en een Junkers F.13L van Lloyd Aérea Boliviano verloren. Deze verliezen werden echter eerder veroorzaakt door vliegfouten dan ten gevolge van vijandelijke acties. Tijdens de Chaco-oorlog werden de C.V's overigens niet als bommenwerper ingezet, maar gebruikt als bommenwerper-trainer en voor andere aanvalsdoeleinden. Op dat moment zag het er naar uit dat Bolivia haar doel had bereikt: een uitweg naar zee via de Paraguay-rivier.

Geen C.V's voor Paraguay
Nadat Paraguay zich had hersteld van de eerste klap begon het land begin september 1932 echter een groot offensief. De luchtmachten van beide landen stonden er echter niet best voor en gingen koortsachtig op zoek naar extra vliegtuigen. Zo slaagde Paraguay er onder meer in nog eens acht Potez 25TOE's aan te schaffen, evenals vijf Fiat CR.20bis jagers, die echter pas in mei 1933 aankwamen; 33 andere bestelde vliegtuigen van diverse types, waaronder vijf bij Fokker gekochte C.V.'s, werden door de fabrikanten achtergehouden ten gevolge van het inmiddels door de Volkenbond afgekondigde wapenembargo, waarbij Paraguay werd aangewezen als 'agressor'. De tweede fase van het Paraguayaanse offensief werd ingezet op 8 oktober 1932, toen diverse legeronderdelen, ondersteund door een drietal Potez 25's, de Arce-Yucra sector schoonveegden, die zwaar was geïnfiltreerd door Boliviaanse strijdkrachten. Een Boliviaans tegenoffensief, ondersteund door in totaal zes C.V's en Vespa III's, bracht de Paraguayaanse opmars tot staan en tegen november was het front gestabiliseerd.

Eén van de Paraguayaanse Potez 25A-2's, die op 4 december 1932 de frontlinie verkende, werd onderschept door een formatie van drie C.V's die werd geleid door één van de bekendste Boliviaanse militaire vliegers, majoor Rafael Pabon in een Vickers Scout en vervolgens neergeschoten. De beide bemanningsleden, kapitein Ramon Sanchez en luitenant Benitez Vera kwamen daarbij om het leven.

Gedurende de verbeten gevechten van 1933/34 gingen er bijna geen vliegtuigen verloren. Dat is niet zo verwonderlijk als men bedenkt dat nauwelijks de helft ervan aan beide zijden op enig moment vliegwaardig kon worden gehouden. Nadat het Cuerpo de Aviación tussen december 1932 en augustus 1933 was versterkt met negen Curtiss Hawk II jagers en vier Curtiss Falcon lichte verkenningsbommenwerpers, konden de oudere vliegtuigen, dus ook de resterende Fokker C.V's, buiten dienst worden gesteld. Veel van deze vliegtuigen konden in ieder geval al niet meer luchtwaardig gehouden worden.

Paraguay's materiële inferioriteit werd echter gecompenseerd door beter leiderschap en betere opleidingen, met als gevolg dat het land tegen april 1935 ruim 176.000 km2 van de Chaco Boreas had veroverd. Met 36.000 gesneuvelden was Paraguay echter doodgebloed en bovendien economisch uitgeput. Met 67.000 gesneuvelden was Bolivia er even slecht aan toe en op 12 juni 1935 werd er dan ook een 'staakt 't vuren' afgekondigd. Ruim drie jaar later, op 21 juli 1938, werd te Buenos Aires een vredesverdrag gesloten, waarbij Paraguay 3/4 van de Chaco Boreas kreeg toegewezen en Bolivia een uitweg naar zee kreeg via de Paraguay-rivier. Kort hierna, in november 1938, vloog de motor van wat waarschijnlijk de allerlaatste vliegwaardige Boliviaanse C.V was, boven het vliegveld Alto La Paz in brand. De vlieger wist zich met zijn parachute in veiligheid te stellen en was de eerste Boliviaan die dat op die manier deed.


Dit artikel is eerder gepubliceerd in LuchtvaartKennis, het tijdschrift van de Afdeling Luchtvaartkennis van de KNVvL. Voor meer informatie over de Afdeling Luchtvaartkennis, zie onderstaande links.

Voor meer informatie zie:
http://www.luchtvaartkennis.net
http://www.knvvl.nl


<-- Vorige