Nieuwe pagina 1
Nieuwe pagina 1
Nieuwe pagina 1 advertentie Vliegend Museum Seppe Brussels Air Museum justairborne.com aerospacefacts.com tigerformation Stampe

LuchtvaartKennis: Werd de eerste Nederlandse helicopter in Brielle gebouwd?
2001-07-01 / Drs. A.A. van der Houwen

De opmerkelijke geschiedenis van J.W.D. Robijns
In de 'Brielse Mare', uitgave van de Vereniging Vrienden van het Historisch Museum Den Briel, verscheen onlangs een artikel van de hand van drs. A.A. van der Houwen over een vergeten Nederlandse luchtvaartpionier, J.W.D. Robijns. Nu zal deze naam voor de oplettende lezer niet geheel onbekend zijn, want tien jaar geleden werd door Wim Schoenmaker reeds de aandacht gevestigd aan deze persoon en zijn werkzaamheden[1]. Aan het eind van de geschiedenis van Robijns spreekt Wim Schoenmaker de hoop uit dat uit de kring van onze leden enige respons zou komen. Dat was tot nu toe niet gebeurd, maar Peter Alting maakte ons recent attent op het bovengenoemde artikel. Met toestemming van de auteur geven wij het verhaal hierbij weer, waarbij - om de lezer niet te verplichten telkens terug te slaan - tevens gebruik wordt gemaakt van hetgeen Wim Schoenmaker heeft geschreven en enige aandacht wordt besteed aan de historische context.

Het klinkt ongeloofwaardig, maar als we de Brielse Courant mogen geloven werd Brielle in 1909 de bakermat van de Nederlandse luchtvaart. Op 7 januari van dat jaar steeg namelijk J.W.D. Robijns met een wentelwiek op vanaf de wallen van de stad. Als we bedenken dat de eerste bekende vlucht in Nederland eerst plaatsvond op 27 juni 1909 te Etten-Leur, dan heeft Brielle echt een primeur gehad - ook al is dit geheel onbekend gebleven.

Wie was J.W.D. Robijns?
Johannes Wilhelmus Derk Robijns (1859-1927) was een kleurrijk figuur. Geboren in Zwolle als zoon van een timmerman, koos hij voor een geheel andere leven. Op twaalfjarige leeftijd werd hij werkzaam op de werkplaats van de Staatsspoorwegen. Hij kreeg daar enkele malen lichamelijk letsel en zo kwam het dat hij, op aanraden van een familielid, op zeventienjarige leeftijd[2] de militaire dienst koos, en wel bij het Nederlands-Indische leger. Via Harderwijk vertrok hij voor zes jaar naar Indië. Daar speelde hij - het moet omstreeks 1885 zijn geweest - voor het eerst met de gedachte om een helikopter te ontwikkelen.

Een schot in de borst maakte Robijns verder ongeschikt voor actieve dienst en hij keerde gepensioneerd naar het vaderland terug. Na zijn terugkeer woonde hij korte tijd in Amsterdam bij zijn zuster en zwager, een timmerman. Reeds het volgende jaar trouwde hij in Dokkum met Elisabeth Otto, de dochter van een koopman. Zij vestigden zich in Leeuwarden waar in 1888 een dochter werd geboren. Robijns was daar geplaatst als schrijver bij de militaire administratie. Twee jaar later verhuisde het gezin naar Brielle, waar hij geplaatst was bij het korps torpedisten. Hier werd in 1890 een zoon geboren die helaas nog hetzelfde jaar overleed. In de volgende jaren volgden nog vijf kinderen die allen in leven zijn gebleven.

Hoe lang zijn tijd bij het leger in Brielle duurde, is niet duidelijk; als beroep wordt vermeld 'gepensioneerd militair'. Bekend is wel dat hij weldra naam maakte als fotograaf. Ondanks een moeilijke start, in 1892 wordt zelfs gesproken van een faillissement, zette hij door en terecht, want hij had oog voor het vak. In zijn woning annex atelier in de Voorstraat maakte hij portretfoto's en in de wijde omgeving van Brielle maakte hij foto's, welke hij als ansichtkaarten verkocht. Nog steeds getuigen vele opnamen van zijn deskundigheid. Zijn belangstelling voor de fotografie geeft aan dat hij geïnteresseerde was in moderne ontwikkelingen. Dat blijkt nog veel meer uit het feit dat hij zijn oude plan van het bouwen van een helikopter weer oppakte.

De vroege helikopters
Het komt de moderne lezer wellicht wat merkwaardig voor dat Robijns zich speciaal op de helikopter richtte. Omdat de helikopter in zijn praktische uitvoering pas in de jaren veertig werkelijk doorbrak, bestaat de neiging te vergeten dat reeds gedurende de gehele negentiende eeuw ook dit type luchtvaartuig in de belangstelling van vele luchtvaartpioniers stond.

We hoeven dus niet terug te gaan tot de befaamde Leonardo da Vinci, die naast vele andere uitvindingen ook het ontwerp van een helikopter heeft nagelaten, of tot het bekende zogenaamde helikoptertje op het altaarstuk in het Musée de Tessé in Le Mans dat in werkelijkheid niet meer was dan en stukje speelgoed[3]. Maar reeds George Cayley (1773-1857), door velen beschouwd als de vader van het moderne vliegtuig, bestudeerde ook de helikopter en na hem zijn in die eeuw nog velen gevolgd. Daarom is het niet zo vreemd dat Robijns, met zijn grote belangstelling op technisch gebied, al vroeg van dit type luchtvaarttuig had gehoord. Vooral in de jaren zestig van de negentiende eeuw nam de belangstelling voor de helikopter toe. In het bijzonder in Frankrijk steeg het aantal 'helikopteristen', die zelfs een halfserieuze vereniging oprichtten ter bevordering van dit type. De Franse vicomte Gustave de Ponton d'Amécourt bouwde in 1861 modellen van helikopters met twee, coaxiale, rotors, eerst met uurwerkaandrijving, maar later ook met stoommachine, en daarmee tevens het eerste speelgoed van aluminium.

De eerste vrije vlucht van een helikopter was het werk van de Italiaan Enrico Forlanini, die op 29 juni 1877 te Alexandrië en vervolgens te Milaan tot 13 meter steeg en 220 seconden in de lucht bleef. Dit toestel had een tweetal roeispaan-achtige rotors en een kleine tweecilinder stoommachine. Het hele apparaat met een rotordiameter van 2,80 m, had een gewicht van 3,5 kg, waarvan 1600 gram voor de motor. Het is niet de bedoeling hier de geschiedenis van de omwikkeling van de helikopter te vertellen, maar het bovenstaande geeft wel aan dat het niet zo vreemd was dat Robijns reeds in 1885 hierin geïnteresseerd was geraakt.

De ontwikkeling van de helikopter ging verder en juist in de periode 1900-19098 zag men een groot aantal experimenten op dit gebied. Een grote helikopter werd in 1905 te Monaco gebouwd door Maurice Léger, die echter bij de eerste beproeving werd vernield, en slechts vermelding verdient omdat uit de - beperkte - gegevens de indruk zou kunnen ontstaan, dat Robijns, gezien zijn eigen ontwerp, hierover wellicht gelezen heeft. In ieder geval bouwde Léger, evenals Robijns, een model op schaal alvorens met de constructie te beginnen[4].

Het voorbijgaan aan andere pioniers moeten we verder het werk noemen van de Franse gebroeders Louis en Jacques Breguet, die samen met professor Charles Richet in 1907 een helikopter bouwden die op 29 september een hoogte van 1,50 meter bereikte. In dit geval werd het toestel nog gestabiliseerd door vier personen, maar datzelfde jaar, op 13 november, steeg Paul Cornu te Coquainvilliers bij Lisieux met een door hem gebouwde helikopter, aangedreven door een 24 pk Antoinette motor ook tot anderhalve meter en dat in geheel vrije vlucht. Voor de uitvinders van die tijd was de helikopter zeker geen onmogelijkheid meer[5].

De machine van Robijns
Terug naar Robijns, die vanaf 1901 in de avonduren achter zijn huis aan zijn machine knutselde, maar in dat jaar ook in correspondentie trad met de minister van oorlog, J.W. Bergansius. Het was deze minister, of anders zijn opvolger H.P. Staal, die machtiging verleende aan de commandant van het korps torpedisten om Robijns in het voormalige kruithuis in een van de bastions aan het einde van de Langestraat aan zijn uitvinding te laten werken. Dit was een ideale werkruimte voor Robijns. Het korps hield zich bezig met het ontwikkelen van torpedo's, mijnen die als versperring moesten dienen van waterwegen en haventoegangen. Het beschikte dus over een groot aantal deskundigen op het gebied van motoren, kennis die voor Robijns goed bruikbaar was.

Lange tijd werkte Robijns in stilte en betrekkelijk in het geheim. Slechts aan enkele toonde hij zijn vorderingen. Joh.H. Been[6] schrijft later "alles was zeer geheim gehouden en de toegang, ik meen ook 's nachts werd door padvinders gewaakt. Ik had het voorrecht, het toestel te mogen zien". Omstreeks 1905 werd Robijns bezocht door een oude vriend uit Indië. "Na een uurtje van hernieuwde kennismaking", herinnert de oud-Indiégast zich in 1928, "verzocht hij mij eens mee te gaan. Wij kwamen toen in één van de kazematten en daar stond ik waarachtig voor een door ons destijds besproken en door hem geconstrueerde vliegmachine, volkomen gelijkend op de thans veel besproken helicoptere van den Spaanschen uitvinder (d.w.z. Juan de la Cierva)". Hoewel de plaatselijke pers er enigszins van op de hoogte was, deed deze er op zijn uitdrukkelijk verzoek het zwijgen toe. In 1908 kreeg de landelijke pers er echter lucht van en verschenen er mededelingen als zou er in Brielle gewerkt worden aan een bestuurbare luchtballon. Nu kon de plaatselijke pers natuurlijk niet achterblijven en weldra verschenen enkele artikelen in de Brielsche Courant.

In het eerste, in augustus, werd vermeld dat Robijns al jaren bezig was aan een machine waarmee hij kon stijgen en naar believen voor- en achterwaarts zou kunnen vliegen. Het Dagblad van Rotterdam geeft een uitgebreide beschrijving van het toestel, dat met uitzondering van de motor en enige onderdelen geheel van aluminium was:
"Het is een z.g. helicoptère, d.w.z. een vliegmachine waarbij de zweefvlakken ontbreken, zodat de luchtschroeven moeten zorgen voor het opstijgen en het voortbewegen. Het voorste gedeelte bestaat uit een lange, horizontaal liggende, kegel, op welks punt een klein kegeltje is geplaatst, waaraan de tweebladige kleine schroef is bevestigd. Door zijwaarts geplaatste vlakken gaat de kegel naar achteren over in een vierkant, waaraan weder een driezijdige prisma is verbonden, waarvan de evenwijdige vlakken dus horizontaal liggen.

Het lichaam eindigt in een groot plat vlak, dat de vorm heeft van een vissestaart. In het midden van het bovenvlak van het vierkant verheft zich een stang, waaraan de grote gebogen bladen van de grote schroef zijn bevestigd. Onderaan zijn naast elkaar twee wieltjes aangebracht, in het midden van de kegel één, zodat het gehele toestel makkelijk over de grond gereden kan worden.

Binnen in het vierkant, dat van onderen open is, bevindt zich de motor, waarbij de bestuurder plaats neemt, wiens benen onder het toestel uitkomen. Het gehele toestel weegt 190 kg, is slechts 4,85 meter lang, terwijl de kosten, met 5 pk motor, slechts ƒ 2000 belopen. Met een motor van 20 pk komt de prijs op ƒ 6000."

De Brielsche Courant gaf enige afwijkende gegevens. Volgens dit nieuwsblad had de machine en lengte van 6 meter, was geheel dicht en woog mede daardoor 100 kg. Het was voorzien van twee schroeven waarmee hij opwaartse en voortgaande bewegingen kon maken. In het midden bevond zich de ruimte waarin Robijns kon plaatsnemen en waarin zich twee kijkglazen bevonden. Met een stuurtoestel kon hij het toestel laten stijgen en dalen. De krant voegde er nog aan toe dat het gemak van de uitvinding was dat hij dadelijk van de grond kon opstijgen. Met een klein model van de machine, waarvan Robijns aan minstens één journalist een foto toonde, waren met succes proeven genomen.

Van de grond!
Eind november 1908 was deze machine gereed en werd zij overgebracht naar een terrein bij de Lange Wal waar het voorlopig onder een tent van zeildoek werd geplaatst. Robijns was commandant van de afdeling Brielle van de vereniging 'Volksweerbaarheid', zodat enkele leden van de vereniging ingezet konden worden om toezicht te houden, zodat geen beschadigingen konden worden aangebracht. Robijns kondigde aan twee proeven te zullen nemen; tijdens de eerste zou bezien worden of het toestel verticaal kon stijgen. De tweede proef zou moeten uitwijzen of het zich ook horizontaal kon voortbewegen. Nu begon het lange wachten tot het weer zich ertoe zou lenen.

Op donderdag 7 januari was het zo ver en kon Robijns de eerste proef nemen. Daarbij slaagde hij er inderdaad in om het toestel van de grond te krijgen maar toen en riem van de motor brak, moest de proef worden afgebroken. Robijns was geslaagd! De Brielsche Courant schrijft slechts dat het toestel van de grond kwam, het Twents Dagblad spreekt over "ongeveer een halve meter" en Joh.H. Been schrift later "Naar ik later vernam, is het toestel toch omhoog gegaan, doch niet ver van den grond. Men sprak van nog geen meter, maar daarvan kan ik, omdat ik daar niet bij was, niets stelligs zeggen."

Geldgebrek
De berichtgeving in de Brielsche Courant eindigt enigszins teleurstellend met de mededeling dat een nieuwe en sterkere riem gemaakt zal worden waarna een tweede proef in het vooruitzicht wordt gesteld. De experimenten van Robijns waren echter niet onopgemerkt gebleven. Zelfs in de buitenlandse pers en wel in Frankrijk, waar men voorop liep in de ontwikkeling, werd melding gedaan van bepaalde ontwikkelingen รก Brieill waarbij echter werd gesproken van een ballon en niet van een helikopter[7].

Van verdere pogingen is niets meer vernomen, dus die zullen ook wel niet hebben plaatsgevonden, want anders zou er zeker aandacht aan zijn geschonken. De reden daarvoor zal wel voor een belangrijk deel van financiële aard zijn geweest. Been was van mening "dat de onderneming niet breed was opgezet, d.w.z. dat ze niet uit ruime beurs ondersteund werd." En ook de eerder genoemde vriend uit de Oost schreef in 1928 dat Robijns "geen financiële steun kon vinden ter volmaking van zijn idee. Die tegenslag heeft hem geestelijk in de war gebracht."

Of de verwarring waarover zijn vriend sprak hier ook op van toepassing was is moeilijk te zeggen, maar in 1918 is Robijns gescheiden van zijn vrouw en kort daarop in Arnhem in het huwelijk getreden met de bijna 24 jaar jongere Mina Antoinette Maria Vos (1883-1936). Het huwelijk werd gezegend met de geboorte van een dochter (1919) en een zoon (1925). Van de helikopter van Robijns zijn - vooralsnog - geen foto's bekend en ook de bovenvermelde foto van het model is nog niet boven water gekomen, zodat wij voorshands niet zullen weten anders dan uit de soms tegenstrijdige beschrijvingen hoe de helikopter er uit heeft gezien. In de 'Brielse Mare' staat wel een foto van Robijns met een vliegtuig, maar dat is geen helikopter, doch een vliegtuig met twee tamelijk schuin staande vleugels in tandem en een roeispaanvormige schroef. Wanneer dit vliegtuig is gebouw en of hiermee ook vliegpogingen zijn ondernomen, is niet bekend.

Of de helikopter van Robijns een kans zou hebben gehad om - maar dan in elk geval met een sterkere motor! - succesvol verder te worden ontwikkeld blijft uiteraard een open vraag.

Noten
[1] Wim Schoenmaker, 'Pioniers, die het niet maakten', Luchtvaartkennis 1991, blz. 45.
[2] Aldus de Zwolsche Courant begin 1909, geciteerd door W. Schoenmaker, loc.cit.; v/d Houwen zegt rond zijn twintigste.
[3] Zie Philippe Boulay. L'hélicoptère du Petit Jésus, in Le Fana de l'Aviation No. 365 (aug. 2000).
[4] Foto in Leonard E. Opdycke, French Aeroplanes before the Great War, Atglen PA, 1999, blz. 169.
[5] Voor dit gedeelte is vooral gebruik gemaakt van Ch.H. Gibbs-Smith, The Aeroplane, an historical survey of its origins and development, Londen 1960 en Charles Dollfus, Henri Beaubois en Kamille Rouleren, L'hommen, l'air er l'space, Parijs 1965.
[6] Joh.H. Been is thans slechts nog bekend als auteur van enkele jongensboeken.
[7] Waarschijnlijk is dat de Franse pers de eerdere, onjuiste, berichten over de bouw van een bestuurbare luchtballon heeft overgenomen.


Dit artikel is eerder gepubliceerd in LuchtvaartKennis, het tijdschrift van de Afdeling Luchtvaartkennis van de KNVvL. Voor meer informatie over de Afdeling Luchtvaartkennis, zie onderstaande links.

Voor meer informatie zie:
http://www.luchtvaartkennis.net
http://www.knvvl.nl


<-- Vorige