Nieuwe pagina 1
Nieuwe pagina 1
Nieuwe pagina 1 advertentie Vliegend Museum Seppe Brussels Air Museum justairborne.com aerospacefacts.com tigerformation Stampe

LuchtvaartKennis: John R. Boyd
2003-10-01 / Casper Veldkamp

Naar aanleiding van: Robert Coram, 'Boyd - The Fighter Pilot Who Changed the Art of War' uitg. Little, Brown and Company, Boston, 2002, 484 p., US$ 27,95, ISBN 0-31688146-5 (hc)

Amerikaanse luchtvaarthistorici beschouwen kolonel John Boyd als behorend tot de invloedrijkste persoon in de Amerikaanse militaire luchtvaartgeschiedenis van de jaren '60 en '70 van de vorige eeuw. Krijgskundige Bruce Berkowitz baseerde een groot deel van zijn nieuwe boek over oorlogsvoering in de 21 ste eeuw, 'The New Face of War', op het denken van van dezelfde luchtmachtkolonel. Wie is deze John R. Boyd (1927-1997)?



In een bijzondere biografie doet auteur Robert Coram een licht op Boyd schijnen. Boyd was een van de opmerkelijkste Amerikaanse luchtmachtofficieren. Als jong reservist werd hij begin jaren '50 tot jachtvlieger opgeleid op de F-86 Sabre en naar Korea gezonden. Nadien schopte hij het tot instructeur bij de roemruchte 'Fighter Weapons Schools' op de basis Nellis in Nevada. Boyd bleek al gauw tot de beste jachtvliegers van de US Air Force (USAF) te behoren. Hij verdiende de bijnaam 'Forty-Second Boyd' door in schijngevechten met de F-100 Super Sabre iedere tegenstander binnen 40 seconden te kunnen uitschakelen. Hij bleek in vele opzichten de ultieme karikatuur van de jachtvlieger: hij deed niets liever dan vliegen, toonde veel lef en had weinig op met militaire bureaucratie en hiërarchie. Boyd was voor niets of niemand bang. Het maakte hem tot een innovatief vlieger die gedurfde manoeuvres uithaalde. Zijn vaak brutale en onbehouwen opstelling zouden hem in de loop der jaren ook veel carrièreschade kosten.

Boyd bleek niet alleen een subliem vlieger. Hij deed ook wat moderne officieren moeten doen: hij ontwikkelde naast zijn vaardigheden ook zijn denken. Gegrepen door het luchtgevecht ontwikkelde hij nieuwe gedachten en concepten over de gevechtstactiek. Kapitein Boyd schreef ze - in eigen tijd - uit tot een handboek, met enorme impact, de 'Aerial Attack Study'. In een periode dat de USAF-leiding vooral belangstelling had voor strategisch bombarderen (de atoombom) in plaats van het aloude luchtgevecht, een opmerkelijke prestatie. Begin jaren '60 mocht Boyd een ingenieursopleiding volgen aan de Georgia Institute of Technology. Geïnspireerd door de tweede wet van de thermodynamica en het fenomeen 'entropie' daarbij, komt hij op het idee van een nieuwe theorie rond de bepaling van het tempo waarin een vliegtuig specifieke energie kan winnen of kwijtraken. Boyd's 'Energy-Maneuverability' (E-M)-theorie en de formule Ps = [ (T-D)/W ] V werkt hij tijdens een vervolgplaatsing op de luchtmachtbasis Eglin in Florida uit. Boyd doet dit alweer voornamelijk in eigen tijd, daar zijn superieuren nauwelijks belangstelling hebben en Boyd vanwege zijn vaak tegendraadse en ongemanierde gedrag maar een lastpak blijven vinden.

Samen met een bevriend burgerambtenaar op de basis gebruikt hij vele ongeautoriseerde computer uren t.b.v. E-M-meting van Amerikaanse gevechtsvliegtuigen en hun Sovjet-tegenhangers. De grote, tamelijk logge Amerikaanse typen uit die tijd, zoals de F-105 Thunderchief en de F-4 Phantom II komen er niet al te best uit en vooral de nieuwe F-111 (een typisch product van het toen gevestigde USAF-denken waarin vooruitgang werd gelijkgesteld aan 'bigger-higher-faster-farther') scoort slecht. Boyd werkt zijn E-M-theorie en metingresultaten uit tot een briefing die hij enthousiast presenteert aan ieder die het horen wil, van piloten als Chuck Yeager tot de presidentiële raad voor de wetenschap. Aanvankelijk stuit zijn presentatie vaak op kritiek en ongeloof, maar uiteindelijk winnen zijn ideeën terrein. Boyd wordt naar het Pentagon overgeplaatst om daar te werken aan het F-X-programma voor een nieuw gevechtsvliegtuig.

De F-X-specificaties worden sterk door Boyds ideeën beïnvloed (het vliegtuig wordt lichter dan aanvankelijk bedoeld en zonder 'swing-wing'-configuratie), maar het uiteindelijke resultaat - de F-15 Eagle - wordt door Boyd nog onvoldoende vernieuwend geacht. Boyd weet een aantal standvastige volgelingen om zich heen te verzamelen (later steeds vaker als "the Acolytes" betiteld) die veel van zijn theorieën in de praktijk weten te vertalen. Een van hen, Pierre Sprey, wordt bijvoorbeeld de aanjager van het idee om een speciaal vliegtuig voor CAS (Close Air Support)-missies te ontwikkelen, tegen de zin van velen in de luchtmachtbureaucratie. Het levert uiteindelijk de A-10 op, een later zeer efficiënt gebleken toestel.

Boyd en zijn groep gaan verder en zetten zich in voor een kleiner, lichter, wendbaarder gevechtsvliegtuig dan de F-15, naast 'air-to-air missiles' bewust voorzien van een boordkanon, te ontwikkelen aan de hand van E-M-theorie. Ook dit idee krijgt lang oppositie vanuit USAF- en Pentagon-'establishment', wat Coram uitgebreid beschrijft. Boyds "fighter mafia" wint de strijd met veel bureaucratische inventiviteit. Het levert de competentie op tussen twee prototypen, de YF-16 en YF-17. Het vervolg is bekend. De YF-16 wint en wordt uitgewerkt tot onze F-16. De YF-17 vormt de basis voor de F/A-18 voor de US Navy. In zekere zin vormt een aantal belangrijke Amerikaanse vliegtuigtypen (F-15, A-10, F-16, F/A-18) zo product van Boyds denken en werken. Boyds onaangepast gedrag (hij blijft zijn houding van de gevechtsvlieger met lef trouw, blijft ronduit botte manieren tonen en toont bar weinig respect voor superieuren) en zijn vele bureaucratische gevechten maken hem ondertussen tot een lastpak met vele vijanden in de USAF organisatie.

Ondanks zijn briljante ideeën en een succesvolle tussentijdse plaatsing als basiscommandant in Thailand tijdens de afwikkeling van de Vietnamoorlog, heeft Boyd door zijn houding telkens slechts met veel moeite, trekken en duwen promotie weten te maken. Hij schopt het uiteindelijk toch nog tot kolonel: een prachtige eindrang, maar onvoldoende reflectie van de enorme invloed die Boyd op de USAF en het Pentagon in praktijk heeft gehad. Boyd gaat met pensioen, maar geeft er nog niet de brui aan. Achter de schermen blijft hij gangmaker van zijn "Acolytes". Via deze 'Reform Movement' worden zij vaak zeer bekend. Ze spelen hun spel soms via sympathisanten in het Amerikaanse Congres en de media. Een van hen, Chuck Spinney, wordt begin jaren '80 op de voorpagina van het weekblad 'Time' geportretteerd wegens zijn kritiek op de inefficiëntie van defensiebestedingen. Een ander, James Burton, haalt vele kranten met zijn kritiek op de getrukeerde testgegevens van het 'Bradley'-gevechtsvoertuig van de US Army. Diens memoires uit 1993, 'The Pentagon Wars', worden later bewerkt tot een TV-film.

Ondertussen kan Boyds hoofd niet meer stoppen, zijn horizon wordt steeds ruimer. Hij is begonnen met het lezen van talloze krijgskundige werken. Ook daarin was Boyd tegendraads - Amerikaanse militairen in de jaren '70 lezen vooral managementboeken en dreigen Von Clausewitz of Sun Tzu te vergeten. Hij schrijft een soort wetenschapsfilosofisch stuk onder de titel "Destruction and Creation", dat hij nimmer publiceert, maar in Corams biografie als bijlage is opgenomen. Teruggrijpend op zijn waarnemingen over luchtgevechten sinds Korea ontwikkelt hij een model voor een besluitvormingscyclus (de 'ODAA-loop': "Observe-Orient-Decide-Act"), die we sindsdien in militaire en managementliteratuur over de hele wereld zijn gaan terugvinden. En - vooral - hij ontwikkelt een nieuwe briefing, getiteld 'Patterns of Conflict', waarin al zijn krijgskundig denken samenkomt. De briefing impliceert veel kritiek op de toenmalige Amerikaanse gevechtspraktijk. Boyd zet zich af tegen gevestigde begrippen als flankbescherming en synchronisatie in gewapend conflict. Hij bepleit het kiezen voor 'Schwerpunkt' en 'Maneuver Warfare'. Hij toont zich voorstander van het passeren van de vijands sterke punten, diep doordringen tot zijn terrein, verwarring zaaien en een slag slaan op een manier die de traditionele grote veldslag van legers tegenover elkaar overbodig maakt.

De Amerikaanse mariniers zijn de eersten die zijn ideeën oppikken en uitwerken. Alhoewel ook het 'maneuver warfare'-denken vele critici krijgt, weten enkele aanhangers, onder wie de toenmalig korpscommandant, het eind jaren '80 formeel voor de mariniers als doctrine geaccepteerd te krijgen, uitgewerkt in het handboek "FMIM-I: Warfighting" van de US Marines.

De groep rond Boyd blijft vervolgens zijn ideeën verder dragen, tot en met 'Fourth Generation Warfare' tegen terrorisme aan toe, waarover zij al eind jaren '80 publiceren.

Een van Boyds fans is toenmalig Republikeins Congreslid Dick Cheney. Onder Bush sr. wordt hij minister van defensie. Na de Iraakse inval in Koeweit in 1990 contacteert hij Boyd. Diverse malen wordt Boyd voor vertrouwelijke gesprekken met Cheney naar Washington wordt gehaald. Cheney gebruikt Boyds krijgskundige ideeën in zijn overleg met generaals als Schwarzkopf (die aanvankelijk een aanvalsplan indient dat een ramkoers-aanval op Saddams troepen impliceert). De manier waarop de VS en geallieerden de aanval op Irak uiteindelijk inzet wordt een typisch staaltje van Boyds 'maneuver warfare'.

Corams boek is afgesloten voordat de Irakoorlog van 2003 plaatsvond. Maar wie de Amerikaans-geleide aanval op Irak van dit jaar bestudeert, ziet eveneens veel van 'maneuver warfare' terug. De ideeën hebben inmiddels ingang gevonden. En hoge beschermers hebben ze ook nog steeds - Dick Cheney is inmiddels Amerika's Vice-President.

John Boyd heeft veel bereikt. Als gevechtsvlieger, uitvinder van nieuwe luchtgevechttactiek, bedenker van nieuwe theorieën en concepten voor de beoordeling en ontwikkeling van gevechtsvliegtuigen, geestelijk vader van nieuwe vliegtuigtypen, criticus van defensiebureaucratie en denker in de krijgskunde.

De auteur van zijn biografie gaat aan Boyds tekortkomingen niet voorbij. Boyds botte gedrag levert hem niet alleen problemen in zijn carrière op - veel van Boyds successen blijken Pyrrusoverwinningen. De negatief ervaren kritiek zet velen tegen de door Boyd c.s. voorgestane hervormingen op en alle acolieten ondervinden serieuze loopbaanproblemen. De successen worden niet altijd erkend of althans niet op Boyds conto geschreven. En Boyd besteedt schandalig weinig aandacht aan zijn gezin van echtgenote en vijf kinderen. De opvoeding faalt. In 1991 getuigt Boyd nog in een hoorzitting voor het Huis van Afgevaardigden over de evaluatie van de Golfoorlog. Daarna gaat het langzaam bergafwaarts. Mentaal en fysiek is hij uitgeput. In 1997 overlijdt hij, echtgenote Mary verarmd achterlatend.

Corams biografie is niet de eerste over Boyd. In 2001 bracht Grant Hammond onder de titel 'The Mind of War' al een studie van Boyds denken uit. Corams werk is echter completer. Het bevat achtergrond over de persoon Boyd en talloze anekdotes die het verhaal boeiend maken.

Corams beschrijving van Boyds moeizame jeugd en privé-leven toont tragisch, maar had iets beter uit de verf kunnen komen. Het werk is vlot geschreven, over het algemeen nauwkeurig afgewerkt, bepaald van niveau en toch goed verteerbaar. De onconventionele benadering, het enthousiasme en de revolutionaire ideeën van Boyd worden goed beschreven. Enkele aspecten zijn onderbelicht gebleven, zoals de precieze rol van de betrokken defensie-industrie in de ontwikkeling van de diverse vliegtuigtypen, of de soms heus legitieme overwegingen van de gevestigde orde in het Pentagon tegenover die van Boyd en zijn soms nogal destructiekritische Acolieten.

Daarmee is aan de schoonheid van dit boek nauwelijks afgedaan. Het is een fascinerend verhaal geworden, spannend en leerzaam tegelijk, over een man die met lef kan vliegen en met evenveel lef durfde denken. Het is, zoals Amerikanen zeggen, een 'must read' - evengoed voor luchtmachtvliegers en luchtvaarthistorici als voor hoge officieren, defensieambtenaren en hedendaagse krijgskundigen.


Dit artikel is eerder gepubliceerd in LuchtvaartKennis, het tijdschrift van de Afdeling Luchtvaartkennis van de KNVvL. Voor meer informatie over de Afdeling Luchtvaartkennis, zie onderstaande links.

Voor meer informatie zie:
http://www.luchtvaartkennis.net
http://www.knvvl.nl


<-- Vorige